About

Eerste kennismaking met eutonie

Mijn eerste kennismaking met eutonie kan ik mij tot op vandaag levendig voor de geest halen.  Het was middenin het paasverlof van 1969. Gerda Alexander (G.A.), grondlegster van de eutonie, kwam haar methode voorstellen in de oude sportzaal van het toenmalig ‘sportkot’ (nu FaBer) in Leuven.

Van bij het eerste half uur dat we op de grond lagen en uitgenodigd werden tot aandachtig, tastend voelen, wist ik: ‘dit is het’. Dit is in mijn zoektocht ‘the missing link’: de realiteit van de grond tegenkomen. De grond als ongekend gegeven eenvoudigweg gewaarworden én tegelijk mezelf tegenkomen. De bewustwording van deze tweezijdigheid, raakte mij diep. Op weg naar mijn 33ste zou deze evidente ontdekking mijn latere keuzes bepalen.

Lees meer: Het ontstaan van de eutonie doorheen het leven van Gerda Alexander (www.eutonieschool.org/blog)  

Wat ging hieraan vooraf…

In juni 1958 had ik in datzelfde sportkot een licentie Lichamelijke Opvoeding en een kinediploma behaald. Ik werd meteen aangesteld tot docente aan het voormalig Hoger instituut voor L.O. voor meisjes in Brussel, de vroegere Parnas. Hier had ik trouwens mijn studies doorlopen en was opgetogen nu met toekomstige L.O. leerkrachten en kinesisten te mogen werken. Dit perspectief had nochtans ernstig op de helling gestaan, doordat ik, in januari van datzelfde jaar, een zware bimalleolaire enkelbreuk opliep. Daardoor moest ik definitief afstand doen van prestatieambities en vooral van de keurploeg van Michel Bottu. De wereldtentoonstelling ’58 zat eraan te komen en ik zou mee optreden. Deze beproeving veroorzaakte een behoorlijke ommekeer, die mij gaandeweg op het spoor bracht van meer bewust georiënteerd lichaamswerk. Stilaan drong zich een veelzijdige bijscholing op. Zo ontdekte ik de vrije, natuurlijke beweging en een interessante groepsdynamiek tijdens een zomerweek aan de Universiteit van Keulen. De volgende jaren openbaarde het werk van Laura Sheleen in Parijs, ‘corps – espace – temps’, mij het belang van de ‘presence’ en de afstemming op ruimte en tijd. Ook de benadering van Rudolf von Laban opende nieuwe wegen. Nog later bracht de Medauschule* in Coburg mij, samen met Parnascollega’s, tot een uitgebreid gamma van bewegingsvormen en dieper inwerkende orgaangymnastiek. In eigen land liet het ‘musiceren en bewegen’ met muziekpedagoog Jos Wuytack, met o.m. zijn Carl-Orff-instrumenten, inspirerende sporen na. Doorheen mijn lessen L.O. en didactiek aan de Parnas-studenten bleef in mij de vraag alsmaar groeien: “mensen opvoeden vanuit en tot hun lichamelijke realiteit”: wat houdt dat in? Het was alsof mijn zoektocht mij onbewust naar een steeds grotere eenheidsbeleving lichaam–geest stuwde, tegen de bestaande dualistische tijdgeest in…

Ik haalde toen mijn inspiratie uit de werken van onder meer F.J.J. Buytendijk, Han Fortmann, Willy Deckers, Teilhard de Chardin… en meer vakgerichte inzichten van onder andere Yvonne Berge, Dr. Jean Leboulch, Dore Jacobs, Yuta Holler von der Trenck… En Mei ’68 zat eraan te komen.

Een eutonieweg met Gerda Alexander (1908–1994)

Na de eerste kennismaking met Gerda Alexander in april 1969 volg ik haar zomercursus in Fischerhude samen met mijn nicht Jenny Windels. Wij beslissen dan, samen met vijf andere Vlamingen, een internationale scholing te volgen, die Gerda in het najaar zou opstarten. Deze ‘Groupe International’ van Fransen, Duitsers, Zwitsers, Walen en Vlamingen is een selectieve groep van 35 mensen, gespecialiseerd in beweging, ritmiek, psychomotoriek, sport en fysiotherapie. Gerda beoogt met hen een grondige scholing in ‘Eutonisch bewegen en bewegingspedagogie’. Vier maal per jaar komen we acht dagen samen op diverse plaatsen, van Aix en Provence, Parijs, Grenoble tot Leuven. Dit twee jaar lang, terwijl ik nog steeds voltijds in de Parnas onderricht en tegelijk de verantwoordelijkheid draag van de peda met 108 studenten. In het voorjaar van 1971 kies ik voor de beroepsopleiding in Denemarken. Ik word 35. Ik leer Deens, verlaat onverdeeld de Parnas, waar ik nochtans zielsgraag les gaf, en vertrek begin oktober naar Kopenhagen. Dank zij de bemiddeling van o.m. wijlen professor P.P. De Nayer verkrijg ik een Deense studiebeurs voor de twee volgende jaren om de dagopleiding te volgen aan de Gerda Alexander Skolen. In mei 1973 word ik gediplomeerd tot G.A. Eutoniepedagoog**. Ik ben dan 37.

Datzelfde jaar 1973 komt voor mij een nieuwe dynamiek op gang:

  • Nog in Denemarken krijg ik al in de maand maart een aanvraag om eutonie te geven in de Stichting Lodewijk de Raet, een vzw die actief is in het Vlaams vormingswerk voor volwassenen. Mijn eerste eutonie zomerweek vindt dan ook plaats in juli in Kessel-Lo met 24 deelnemers.
  • Tegelijkertijd word ik in Zwitserland aan de Musik-Akademie van Basel gevraagd om vanaf oktober aan muziekstudenten eutonie te onderrichten, ter vervanging van een G.A.-eutoniepedagoog.
  • Intussen nodigt Frau Hannelore Scharing mij uit om naar het Zwarte Woud, in haar onmiddellijke buurt, te komen wonen. Ik verhuis in juni van Denemarken naar Sankt Peter waar zij voor mij een appartementje heeft voorzien.

Een eutonieweg met Hannelore scharing (1925 – 2011)

Frau Hannelore Scharing leerde ik al in 1969 kennen als deelneemster van de Internationale Groep. Zij is in dezelfde periode met eutonie werkzaam in Freiburg met kleine gesloten groepen, die zij in 1972 open stelt. Haar achtergrond is een lange ervaring in therapeutische en manuele behandeling in de traditie van de grote ‘Atemtherapeuten’ zoals Alice Schaarschuch, leerling van Elsa Gindler. Frau Scharing wendt de eutonieprincipes aan vanuit andere aspecten, nodigt uit tot een specifieke ordening en beoogt een innerlijke ommekeer. Zij laat opmerken dat het woord en begrip ‘eutonie’ al door de Griekse Kerkvader Clemens Van Alexandrië (ca. 150–215) werd gebruikt, zij het in een spirituele context. Dank zij onze vele contacten is Hannelore Scharing betrokken op mijn zoektocht. Tijdens mijn verblijf in Denemarken ondersteunt zij mij met haar brieven. Op haar verzoek mag ik nadien haar werk en cursussen van nabij volgen. Dit geeft mij eveneens een unieke kans om haar specifieke werkwijze grondig te leren kennen en te integreren. Haar cursussen en talrijke gesprekken brengen mij steeds meer inzicht en diepgang. Zij wordt voor mij een nieuwe pijler. Als Hannelore eind 1975 haar eigen ‘Aufbau-Seminar’ opstart, zullen een zestal Vlamingen deze opleiding volgen. Tot op heden heeft de benadering ‘Rythmus–Atem–Bewegung’ van Hannelore Scharing een impact in Vlaanderen.

De periode 1973–’79… reizen… en trouwen

Het wordt voor mij een intens heen en weer reizen tussen Duitsland, Zwitserland, Nederland met onder andere de abdij van Zundert, en Vlaanderen, waar het cursusaanbod stilaan groeit. Op vraag van de Volkshogeschool De Sirkel, gevestigd in de Oude Abdij van Drongen, kunnen een aantal eutoniecursussen daar doorgaan en kan ik geleidelijk aan een coherent cursusgeheel uitbouwen. Intussen heb ik, omwille van een teveel, na vier jaar de Muzik-Akademie van Basel moeten loslaten.

Ik ben 39 jaar als ik in augustus 1975 Walter Van Gorp ontmoet. Hij wordt in november mijn levenspartner en vervoegt mij in het Zwarte woud. Gaandeweg zal hij zich eveneens volledig aan de eutonie wijden.

 Terug naar Vlaanderen… en een familiaal leven opbouwen…

In mei 1979 stelt de toenmalige directeur van het Vormingscentrum Samen vzw mij voor om de eutonie als uitgebouwd cursuspakket (Eutonie I Basis, II Vervolg en III) in hun programma op te nemen. Hier ga ik dankbaar op in en word fulltime stafmedewerkster. Mijn definitief werkterrein wordt dus Vlaanderen. Wij verlaten Duitsland in november. Ik ben intussen zwanger. In maart 1980 mogen wij, als gelukkige ouders, onze zoon verwelkomen. Ik ben 44 jaar. Een nieuw familiaal leven begint. Gezin en werk moeten we vanaf nu leren samenvoegen. Terug op Vlaamse bodem, na zeven jaar verblijf in het Zwarte Woud, heb ik geruime tijd nodig om mij aan te passen en de ganse voorgeschiedenis met G.A. te verwerken. Ik besef dat ik, bij het vertalen van mijn rijke eutoniebagage naar mijn eigen Vlaamse taal, dankbaar uit de twee bronnen put:

  • De eutonie zoals ik die bij Hannelore Scharing heb beleefd, biedt mij structuur en stelt mij in staat een eigen manier van werken uit te bouwen, die ik later bevestigd zie door de inzichten van de spierkettingen en de psychogenese.
  • De genialiteit van Gerda Alexander wordt steeds duidelijker door de eenvoud van haar eutoniebeginselen en door de plaats die zij de persoonlijke verkenning, de bewegingsexploraties en de afstemming toekent.

Het worden, mede door het toedoen van mijn echtgenoot en zovele deelnemers, boeiende cursusjaren, waar de kracht van het woord gesmeed wordt uit de diepte van de ervaring en waar we de oorspronkelijkheid van de Vlaamse taal herontdekken. Met dank blik ik terug op de 25 jaar werking binnen het Vormingscentrum Samen, waardoor de eutonie in Vlaanderen ruime ontwikkelingskansen kreeg.

De vraag naar een Vlaamse eutonieschool! Een organische ontwikkeling…

In 1984 vragen een twintigtal cursusdeelnemers mij om intensiever met eutonie aan de slag te mogen gaan. Er werd gekozen voor een maandelijkse samenkomst in het toenmalig vormingscentrum De Harp in Izegem, en dit twee jaar lang. Ook de kinderen kunnen terecht dankzij een fijne opvangploeg. De intensiteit van deze weekends is groot en de interesse groeit voor een eutoniescholing op eigen bodem. Maar ikzelf voel mij nog niet bevoegd om een school te beginnen. Daarom starten we in 1986 met hetgeen we toen ‘een experimentele werkgroep’ genoemd hebben. Vanuit die groep verklaren negen deelnemers zich bereid om samen met mij de zoektocht naar een eutonieopleiding verder te zetten als experiment. Acht onder hen zullen in 1989 de oprichting van de Vlaamse Eutonie School vzw meemaken en begin 1990 zal deze eerste opleidingscyclus afgesloten worden. Met o.m. Rosa Spekman en Jenny Windels, beiden G.A.-eutonisten als juryleden, werden de eerste diploma’s uitgereikt.

Stilaan kreeg het vierjarig bijscholingsprogramma een coherente vorm en ontwikkelde zich verder bij elke cyclus. Nu, na 8 opeenvolgende cycli, is de 9de cyclus eind april 2016 van start gegaan.

Hoe zijn de Bijscholingsinhouden gegroeid?

Parallel aan de bovenstaande ontwikkeling vindt een verregaande reflectie plaats. Wie met eutonie aan het werk gaat, komt zichzelf tegen met zijn soms ongekende gezonde levenskrachten, maar tegelijk met zijn moeilijk te doorgronden tegenstrijdigheden. Deze impact van de eutonie, die innerlijk veranderingsprocessen op gang brengt, diende eveneens belicht te worden. Wat brengen uitnodiging tot loslaten in voeling komen zich ordenen het laten gebeuren zelfaanvaarding verantwoordelijkheid, teweeg bij de persoon? De vraag naar inzicht en hanteerbaarheid drong zich op. Toegangswegen vinden tot precies die lagen van de menselijke complexiteit, die steeds opnieuw taai weerstand bieden, werd een ‘must’.

  • Zeven jaar vorming in de structurele psychogenese (in het toenmalig I.S.H.A. – Institut des Sciences Humaines d’Avignon) brachten, vanaf 1986, aan Walter en mezelf inzichten in de onbewuste affectieve en relationele structuren van het zeer kleine kind. Zo kreeg onder meer het moeilijk aanvaarden van de lichaamsrealiteit een plaats. Zo konden wij eveneens de draagwijdte van de eutonie beter doorzien en het verwerkingsproces ondersteunen.
  • Een driejarige opleiding, in 1989, aan het Institut des Chaînes et Techniques Musculaires Godelief Denys Struyff (I.C.T.G.D.S.), zou mij toelaten de eutoniewerkwijze verder te bevragen, te verdiepen en beter te onderbouwen op basis van de wetmatigheden van de spierkettingen.
  • De huidige neurowetenschappen laten ons momenteel toe de onlosmakelijke samenhang te verkennen tussen brein en lichaam, de regenererende en bewustmakende processen beter te begrijpen, en heel recent, het nauwe samenspel te verdiepen tussen emotie en tonus, bekeken vanuit de evolutie en de vroegste kinderjaren. Hiertoe levert de vorming bij Dr. Jean Lerminiaux, neuropsychiater (Formation à La libération du ressenti par le dialogue tonico-émotionnel), tot op vandaag een bijzondere bijdrage aan inzicht en werkzaamheid.

Diverse inspiratiebronnen voor verder onderzoek in verband met eutonie zijn:

Antonio. R. Damasio – Joel de Rosnay – Alain Bertoz – Peter Levine – J. M. Delassus – Annick de Souzenelle – Bernard Besret – Prof. Dr. E. Blechschmidt – O. Sacks – enz.

Mijn persoonlijke zoektocht

Dat dit alles uiteraard met mijn persoonlijk leven en mijn persoonlijke ontwikkeling sterk verweven is, zal niemand verwonderen. Als Gentenaar ben ik Franstalig opgegroeid, badend in de Franse cultuur, want mijn moeder was van Doornik (Tournaisienne) en lerares Frans. Tweetaligheid is mij vanaf mijn geboorte meegegeven. Terwijl ik school liep in het Nederlands ging ik vanaf mijn 6 jaar naar de Franstalige Gidsen GCB (Guides Catholiques de Belgique). Tijdens de Parnasjaren in Brussel bleef ik bij de Franse gidsen werkzaam als leidster en later als commissaris voor de 12- tot 16-jarigen. Ik ben 29 als ik in 1965 de gidsenbeweging verlaat na de grote Viering van haar 50-jarig bestaan in Stade Fallon – Brussel, waarvan ik met een team de verantwoordelijkheid droeg.

De diepere drijfveren en wat mij telkens bewogen heeft, vertel ik graag later.

Lees meer: Opgroeien tussen wieg en doodskist, twee generaties geleden

Lees ook: About me/français

* Deze Medau-school werkte toen onder de inspiratie van Dr. Glaser die zelf een eigen eutonie-benadering uitwerkte in Freudenstadt (zie Eutonie, Haug Verlag, 1980). Hij situeert zich, samen met Fr. Veldman, aan de oorsprong van de haptonomie.

** In het Frans/Duits gedenkboek ‘Gerda Alexander, Impulse und Eindrücke’ 2008, geschreven door 23 oud-leerlingen van Gerda, vertel ik meer over de omstandigheden waarin dit plaats vond. Op het einde van de scholing in Kopenhagen heb ik namelijk meerdere redenen tot bevraging en ontevredenheid voorgelegd aan Gerda.

Therese Windels september 2016